ECLI:NL:RVS:2012:BX1798
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- A.M. den Dulk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen
De vennootschap kreeg op 22 november 2007 een boete van €240.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na een bezwaarprocedure wees de minister het bezwaar af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap gegrond en stelde de boete vast op €237.500.
De vennootschap verzocht vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om de opschorting van de boete te bewerkstelligen totdat het hoger beroep was beslist, stellende dat inning van de boete zou leiden tot faillissement vanwege een slechte financiële situatie.
De voorzitter oordeelde dat het verzoek geen spoedeisend belang had omdat de slechte financiële situatie vooral het gevolg was van een strategische keuze en niet van de boete. Ook was er geen poging gedaan tot het treffen van een betalingsregeling, terwijl die mogelijk was. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 9 juli 2012 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opschorting van de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.