ECLI:NL:RBSGR:2012:BY9420
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Dirks
- T. van Rij
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en vergrijpboetes in Bank Zonder Naam-project
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, inclusief verhogingen en vergrijpboetes, terecht zijn opgelegd aan eiser vanwege het niet aangeven van buitenlandse bankrekeningen bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg (VLB).
De rechtbank oordeelt dat eiser houder was van de betreffende rekeningen en dat hij bewust vermogen en inkomsten niet heeft aangegeven. De door verweerder gemaakte redelijke schatting van de verzwegen inkomsten wordt als betrouwbaar beoordeeld. De navorderingsaanslagen zijn met toepassing van de verlengde navorderingstermijn opgelegd en de rechtbank acht de voortvarendheid van verweerder voldoende.
Hoewel de vergrijpboetes voor de jaren 2003 tot en met 2006 te hoog waren vastgesteld, worden deze deels verminderd conform het standpunt van verweerder. De rechtbank wijst een verzoek om matiging van boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de vertraging aan eiser kan worden toegerekend. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding geweigerd. De proceskosten worden deels aan verweerder opgelegd vanwege de gedeeltelijke gegrondverklaring van beroepen.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes zijn terecht opgelegd, deels verminderd, en immateriële schadevergoeding wordt niet toegekend.