ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8840
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Dirks
- T. van Rij
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes wegens verzwegen buitenlandse bankrekening
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een meervoudige bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, vermogensbelasting, verhogingen, vergrijpboetes en heffingsrente opgelegd door de Belastingdienst in het kader van het project Bank Zonder Naam.
Eiser had een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg (VLB) niet opgegeven, waarop aanzienlijke saldi stonden. De Belastingdienst baseerde haar aanslagen op gegevens uit gestolen fotokopieën die door Belgische autoriteiten waren verstrekt. Eiser ontkende rekeninghouder te zijn, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende bewijs had geleverd van het bestaan van de rekening en dat eiser bewust inkomsten had verzwegen.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslagen terecht en tijdig waren opgelegd, maar dat voor een aantal jaren te hoge correcties waren toegepast, waardoor die aanslagen moesten worden verminderd. De vergrijpboetes waren passend, maar werden verminderd in verband met overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd verweerder veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 2.000 wegens de overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar.
De rechtbank wees ook de stellingen van eiser af over onrechtmatig verkregen bewijs en schending van motiveringsplicht. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Dirks en leden Van Rij en Obbink-Reijngoud op 29 november 2012.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes zijn grotendeels terecht opgelegd, met verminderingen wegens te hoge correcties en overschrijding redelijke termijn, en verweerder is veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.000.