ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8821
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Dirks
- T. van Rij
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens verzwegen buitenlandse bankrekening in Bank Zonder Naam-project
In deze zaak gaat het om de navorderingsaanslagen en vergrijpboetes die zijn opgelegd aan eiseres in het kader van het project Bank Zonder Naam, waarbij buitenlandse bankrekeningen bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg (VLB) niet zijn opgegeven.
Eiseres heeft in haar aangiften over 2006 en 2007 geen inkomsten of vermogensbestanddelen van deze buitenlandse rekening opgenomen. De Belastingdienst heeft op basis van renseignementen, verkregen via een spontane uitwisseling van inlichtingen met Belgische autoriteiten, een redelijke schatting gemaakt van de verzwegen inkomsten en daarop navorderingsaanslagen en boetes opgelegd. Eiseres voerde onder meer aan dat niet alle relevante stukken waren overgelegd en dat de schatting onredelijk was.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alle relevante stukken heeft ingebracht en dat de schatting van het inkomen redelijk is, hoewel voor 2006 een correctie wordt toegepast. De vergrijpboetes zijn passend en geboden gezien het opzettelijke niet doen van de vereiste aangiften. Matiging van de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, omdat eiseres zelf vertraging in de bezwaarprocedure heeft veroorzaakt. Een immateriële schadevergoeding wordt niet toegekend.
De beroepen tegen de aanslagen over 2007 en de boetes worden ongegrond verklaard, terwijl het beroep over 2006 gegrond wordt verklaard en de aanslag dienovereenkomstig wordt verminderd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes over 2006 en 2007 zijn terecht opgelegd, met een correctie voor 2006; boetes worden gehandhaafd zonder verdere matiging wegens redelijke termijn.