ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9384
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen voortduren vrijheidsbeperkende maatregelen vreemdelingen
Eisers, vreemdelingen aan wie vrijheidsbeperkende maatregelen zijn opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, hebben beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregelen. Verweerder heeft tijdens de procedure zijn standpunt gewijzigd en stelt dat tegen het voortduren van de maatregelen geen beroep bij de rechtbank openstaat, maar dat eisers een verzoek tot opheffing bij verweerder kunnen indienen.
De rechtbank heeft de eerdere jurisprudentie besproken, waarbij eerdere uitspraken uiteenliepen over de ontvankelijkheid van dergelijke beroepen. De rechtbank volgt de lijn dat de wet geen afzonderlijke procedure biedt voor beroep tegen het voortduren van de maatregel, en dat het systeem van de wet voorziet in een verzoekprocedure bij verweerder.
Gezien de vereiste rechtsbescherming en het gewijzigde standpunt van verweerder, oordeelt de rechtbank dat zij onbevoegd is kennis te nemen van de beroepen tegen het voortduren van de vrijheidsbeperkende maatregelen. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en wijst de beroepen af op die grond.
De uitspraak is gedaan door rechter R. Depping op 20 maart 2012 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de beroepen tegen het voortduren van de vrijheidsbeperkende maatregelen.