ECLI:NL:RVS:2013:1596
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid verklaringen
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 17 februari 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling toetste de motivering van het besluit en de beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling. De voorzieningenrechter had een zogenaamd verbod op het lesgeven in traditionele muziek in Iran aangenomen op basis van buitenlandse rapporten, maar de Afdeling oordeelde dat dit verbod niet objectief is vastgesteld en dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een dergelijk verbod.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de persoonlijke gebeurtenissen die de vreemdeling aanvoerde niet aannemelijk zijn gemaakt. Gezien de bewijslast en de motivering van de staatssecretaris was er geen reden om diens oordeel aan te tasten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.