ECLI:NL:RBSGR:2012:BV1697
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortzetting vrijheidsbeperkende maatregel vreemdelingenwet
Eisers, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, kregen op 31 oktober 2011 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, met verblijf in de gemeente Vught vanaf 4 november 2011. Na eerdere ongegrondverklaring van hun beroep tegen deze maatregel, stelden zij op 2 januari 2012 een nieuw beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel.
De rechtbank oordeelt dat het beroep zich richt tegen de voortzetting van de vrijheidsbeperkende maatregel, welke niet kwalificeert als een besluit of daarmee gelijk te stellen handeling in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De wetgever heeft in de Vreemdelingenwet 2000 expliciet geregeld dat vervolgberoep mogelijk is tegen vrijheidsontnemende maatregelen (bewaring), maar niet tegen vrijheidsbeperkende maatregelen.
De rechtbank verwijst naar de parlementaire geschiedenis waaruit blijkt dat voor vrijheidsontnemende maatregelen een specifieke regeling geldt met periodieke ambtshalve beoordeling, terwijl voor vrijheidsbeperkende maatregelen geen vervolgberoep is voorzien. De rechtbank volgt daarmee niet de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen die een vervolgberoep tegen een vrijheidsbeperkende maatregel ontvankelijk achtte.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Beroep tegen voortzetting vrijheidsbeperkende maatregel wordt niet-ontvankelijk verklaard.