ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5498
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens beëindiging categoriaal beschermingsbeleid en gebruik valse documenten
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het categoriaal beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Centraal-Irak. In 2010 werd deze vergunning ingetrokken omdat dit beschermingsbeleid was beëindigd. Eiseres voerde aan dat zij slachtoffer was van onrechtvaardigheid, onder meer vanwege het gebruik van een vals document en de onmogelijkheid om authentieke documenten te verkrijgen zonder terugkeer naar Irak.
De rechtbank overwoog dat het gebruik van het valse document en het ontbreken van reisdocumenten aan eiseres kon worden toegerekend. Verweerder had voldoende reden om het asielrelaas van eiseres niet als positief overtuigend te beschouwen, mede omdat het relaas afhankelijk was van dat van haar zoon, dat reeds als ongeloofwaardig was beoordeeld. Daarnaast was de situatie in Irak niet zodanig verslechterd dat vrouwen als kwetsbare minderheidsgroep bescherming behoefden.
Ook op grond van artikel 3 EVRM Pro en de Definitierichtlijn werd geen reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer vastgesteld. Medische gronden voor verblijf werden niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de vergunning had ingetrokken en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.