ECLI:NL:RVS:2010:BK9629
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico op ernstige schade in Irak
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris van Justitie. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De vreemdeling voerde aan dat de veiligheidssituatie in Bagdad dermate verslechterd was dat zij op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de EU-richtlijn aanspraak maakte op subsidiaire bescherming. Zij verwees naar een rapport van de UNHCR dat stelde dat de mate van geweld in Bagdad hoog was en dat burgers daardoor een reëel risico liepen op ernstige schade.
De staatssecretaris stelde zich op het standpunt dat de situatie in Irak en Bagdad niet zodanig ernstig was dat er zwaarwegende gronden bestonden voor subsidiaire bescherming. De Raad van State volgde het oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de algemene veiligheidssituatie in Irak en Bagdad niet zodanig is dat burgers louter vanwege hun aanwezigheid een reëel risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State concludeerde dat de overgelegde informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel dan dat van de staatssecretaris en bevestigde daarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.