ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9800
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting met toepassing van verlengde navorderingstermijn en bewijslastverdeling
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 1996-1999 en vermogensbelasting (VB) over 1997 en 2000 terecht zijn opgelegd aan eiser. Eiser was betrokken bij complexe bedrijfstransacties via Nederlandse en Antilliaanse vennootschappen, waaronder de [M]-transacties en de [V]transactie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar terecht heeft toegepast, mede vanwege het buitenlandse karakter van de voordelen en het feit dat eiser zijn informatieverplichtingen heeft geschonden. De rechtbank wijst het verzoek van eiser om getuigen te horen af en bevestigt dat verweerder voldoende stukken heeft overgelegd.
De rechtbank stelt vast dat voor alle jaren sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast vanwege schending van de inlichtingenplicht door eiser. De voordelen die eiser heeft genoten worden gekwalificeerd als inkomsten uit door hem verrichte arbeid, niet als winst uit onderneming. Diverse correcties op de aanslagen worden gehandhaafd, terwijl enkele worden verminderd. Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten voor de gegronde beroepen.
Uitkomst: De rechtbank vermindert enkele navorderingsaanslagen, bevestigt toepassing verlengde navorderingstermijn en omkering bewijslast, en veroordeelt verweerder in proceskosten.