ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6039
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang niet in strijd met standstillbepaling en discriminatieverbod
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg op 2 september 2008 een verblijfsvergunning aan voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd afgewezen omdat volgens de beleidsregel van de Minister van Economische Zaken het criterium 'wezenlijk Nederlands belang' niet werd gediend. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of de gehanteerde criteria in strijd waren met de standstillbepaling van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije. De rechtbank concludeerde dat de beleidswijzigingen en de toepassing van het criterium niet strenger zijn dan bij de inwerkingtreding van de standstillbepaling in 1973 en dat de beperking geoorloofd is.
Daarnaast stelde eiser dat het discriminatieverbod van artikel 9 van Pro de Associatieovereenkomst werd geschonden omdat Nederlanders niet aan het criterium worden getoetst. De rechtbank oordeelde dat het discriminatieverbod in samenhang met de standstillbepaling moet worden uitgelegd en dat het criterium 'wezenlijk Nederlands belang' niet in strijd is met dit verbod. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard omdat het criterium 'wezenlijk Nederlands belang' niet in strijd is met de standstillbepaling en het discriminatieverbod.