ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9512
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
Eiser, een Turkse zelfstandige, diende op 6 juni 2008 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd op 1 augustus 2008 afgewezen, waarna eiser bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. Eiser stelde dat het driejarenbeleid en de standstillbepaling van toepassing waren en dat de afwijzing onterecht was.
De rechtbank overwoog dat de huidige aanvraag niet dezelfde is als de eerdere aanvraag uit 2004, omdat de onderneming sinds 4 december 2008 een nieuwe VOF betreft. Het beoordelingskader uit eerdere uitspraken was daarom niet van toepassing. De rechtbank stelde vast dat het criterium van wezenlijk Nederlands belang inhoudt dat de vreemdeling een positieve bijdrage aan de Nederlandse economie moet leveren, en dat het beleid zich aanpast aan de actuele economische situatie zonder de standstillbepaling te schenden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat eiser niet voldeed aan het criterium van wezenlijk Nederlands belang. Daarnaast was het driejarenbeleid niet van toepassing omdat dit beleid was afgeschaft vóór de eerdere aanvraag en eiser hier geen beroep op had gedaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang.