ECLI:NL:RBSGR:2010:BM0995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
Verzoeker, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als zelfstandige. Verweerder wees deze aanvraag af op grond dat de bedrijfsactiviteiten van verzoeker geen wezenlijk Nederlands belang dienden. Verzoeker maakte bezwaar en stelde onder meer dat het beleid en de toepassing van het criterium strijdig waren met de standstillbepaling en dat sprake was van discriminatie.
De rechtbank oordeelde dat het criterium wezenlijk Nederlands belang een open norm is die invulling behoeft in beleid, dat actueel moet zijn en niet strenger mag zijn dan bij de inwerkingtreding van de standstillbepaling in 1973. Het advies van de Minister van Economische Zaken, dat verzoeker onvoldoende punten toekende op relevante onderdelen, werd als een onpartijdig deskundigenadvies aangemerkt. Verzoeker kon geen concrete aanwijzingen geven die twijfel aan de juistheid van dit advies rechtvaardigden.
Verder werd geoordeeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was zodat het horen van verzoeker in bezwaar kon worden achterwege gelaten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak bevestigt dat het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang een zelfstandige grond is voor afwijzing van een verblijfsvergunning als zelfstandige.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang.