ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2958

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
11 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
285052/FT-EA 07.35
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:303 BWArt. 3 lid 1 Verordening 1346/2000Faillissementswet
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek eigen faillietverklaring wegens ontbreken redelijk belang en onevenredigheid kosten curator

De aangever heeft een verzoek ingediend tot eigen faillietverklaring. Hij verklaarde geen bezittingen te hebben en leeft van een bijstandsuitkering, waardoor redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er geen baten zijn voor schuldeisers.

De rechtbank overweegt dat het redelijk belang van de aangever ontbreekt, aangezien een eventuele boedelbijdrage uit zijn uitkering marginaal is en niet opweegt tegen de kosten die een curator zou moeten maken. Het is onredelijk om te verwachten dat een curator een onderzoek verricht waarvan hij zelf de kosten draagt.

Op grond hiervan is er sprake van een onevenredigheid tussen het belang van de aangever en het belang dat geschaad wordt door de niet-verhaalbare kosten van de curator. De rechtbank wijst het verzoek tot eigen faillietverklaring daarom af.

De rechtbank is bevoegd deze insolventieprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van de aangever in Nederland ligt. De aangever is in raadkamer gehoord en de beslissing is in openbare terechtzitting uitgesproken.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak, via een procureur bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Uitkomst: Het verzoek tot eigen faillietverklaring wordt afgewezen wegens ontbreken van redelijk belang en onevenredigheid van curatorkosten.

Uitspraak

rekestnummer: 285052/FT-EA 07.35
uitspraakdatum: 11 april 2007
RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
sector civiel recht - enkelvoudige kamer
[aangever],
geboren op [geboortedatum 1985] te [geboorteplaats] (Iran),
postadres [adres],
aangever,
heeft aangifte gedaan strekkende tot eigen faillietverklaring.
Aangever is op 11 april 2007 in raadkamer gehoord.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van aangever in Nederland ligt.
Aangever heeft verklaard in de toestand te verkeren dat hij heeft opgehouden te betalen.
Bij de beoordeling van het verzoek wordt het volgende overwogen.
Dat een aanvrager van een faillissement bij de faillietverklaring een redelijk belang moet hebben is vaste rechtspraak.
Aangever heeft desgevraagd verklaard dat hij geen enkele bezittingen heeft die verhaal zouden kunnen bieden aan schuldeisers; hij heeft voorts geen werk, en leeft van een bijstandsuitkering. Vanwege CJIB-vorderingen van circa € 3.000,-- wordt hij regelmatig gegijzeld.
De vraag is of de aangever onder de gegeven omstandigheden bij de faillietverklaring een redelijk belang heeft als bedoeld in artikel 3:303 BW Pro.
De rechtbank oordeelt als volgt:
De Hoge Raad heeft in de beschikking van 10-11-2000 (NJ 2001/249 m.o P.v.S), in navolging van die van 10-05-1974 (NJ 1975/267) geoordeeld dat het de curator is die een onderzoek instelt naar de baten en dat de rechter in beginsel eerst na kennisneming daarvan kan beoordelen of sprake is (geweest) van misbruik van bevoegdheid dan wel een redelijk belang.
In casu staat volgens de aangever zelf vast dat er geen bezittingen zijn, zodat redelijkerwijs ervan uit mag worden gegaan dat er geen baten zijn. Een eventuele boedelbijdrage ten laste van de uitkering van aangever zal dermate marginaal zijn, dat dit niet in verhouding staat tot de kosten die een curator zal moeten maken. Ten gevolge hiervan kan in redelijkheid niet worden verwacht dat een curator wordt belast met een onderzoek, waarvan deze zelf de kosten moet dragen. Er is derhalve sprake van onevenredigheid tussen het belang van de aangever bij de uitoefening van zijn bevoegdheid en het belang dat daardoor wordt geschaad, zijnde de niet-verhaalbare kosten van de curator.
Voorgaande feiten en omstandigheden op zich en in onderling verband beschouwend komt de rechtbank tot het oordeel de aanvraag dient te worden afgewezen.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot eigen faillietverklaring van:
[aangever],
geboren op [geboortedatum 1985] te [geboorteplaats] (Iran),
postadres [adres].
Gewezen door mr. M.P. de Valk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2007 om 9.25 uur, in tegenwoordigheid van R. Becker, griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een procureur binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te 's-Gravenhage.