ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8641
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van ’t Laar
- E.M.M. Engbers
- J. Edgar
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over legesheffing bij verlenging verblijfsvergunning Turkse onderdaan
Eiser, een Turkse onderdaan met een verblijfsvergunning voor verblijf bij echtgenote, diende op 10 februari 2003 een aanvraag in tot verlenging van zijn verblijfsvergunning. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling wegens het niet betalen van de verhoogde leges. Hoewel eiser de leges later betaalde en bezwaar maakte, werd dit ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de legesheffing niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte.
De rechtbank onderschrijft het civiele vonnis waarin werd geoordeeld dat de legesheffing niet in strijd is met onder meer artikel 104 Grondwet Pro, Europees Sociaal Handvest en Europees Vestigingsverdrag. Echter, de rechtbank stelt vast dat artikel 13 van Pro het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije, dat nieuwe beperkingen op het verblijf van Turkse onderdanen verbiedt, wel rechtstreeks van toepassing is en dat de legesheffing en verhoging een verboden nieuwe beperking vormen.
Daarom had verweerder de aanvraag niet buiten behandeling mogen stellen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, beveelt een nieuwe inhoudelijke beslissing en treft een voorlopige voorziening tegen uitzetting. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buitenbehandelingstelling wegens niet-betaling van leges wordt vernietigd.