Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het besluit
Gronden eiser
Beoordeling door de rechtbank
Aan de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november 1975 zijn langdurige en intensieve onderhandeling voorafgegaan. Daarbij is uiteindelijk besloten dat iedereen die Nederlander wenste te blijven, Nederlander mocht blijven en – voor de datum van de onafhankelijkheid – als Nederlander met de daarbij horende rechten en plichten werd toegelaten tot Nederland. Dit werd tussen beide landen vastgelegd in de Toescheidingsovereenkomst. Diegenen die tijdig in Nederland waren aangekomen verwachtten daardoor ook dat voor hen in het verlengde van deze keuze om de Nederlandse nationaliteit te behouden, de rechten in het kader van de AOW zouden gelden en realiseerden zich niet dat voor de AOW-opbouw niet het Nederlanderschap als criterium gold voor de pensioenopbouw. Daarmee onderscheidt deze groep zich van diegenen die bij de onafhankelijkheid in Suriname bleven en van de situatie in de voormalige Nederlandse Antillen. De groep die in Suriname bleef heeft niet direct gehandeld en niet direct de welbewuste keuze gemaakt om naar Nederland te komen, en opteerde daardoor niet voor het behouden van de Nederlandse nationaliteit en de daarbij behorende rechten en plichten.” [6]