Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie
.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn in Marokko wonende kinderen, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat hij niet voldeed aan de vaste onderhoudseis van €433 per kwartaal per kind.
Appellant voerde aan dat de onderhoudseis buiten toepassing moest worden gelaten wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat de wetgever onvoldoende rekening hield met zijn minimuminkomen en de lagere kosten van levensonderhoud in Marokko.
De Raad overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een vaste onderhoudseis zonder differentiatie naar inkomen of woonlandfactor, om een eenvoudige en gelijke regeling te waarborgen. Een exceptieve toetsing door de rechter is terughoudend, zeker bij politiek-bestuurlijke afwegingen.
De Raad concludeert dat de regeling zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd, en dat de weigering van kinderbijslag niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Appellant heeft geen recht op kinderbijslag voor de betreffende kwartalen.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.