ECLI:NL:RBROT:2026:5630
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat Dienst Toeslagen aanvraag compensatie ten onrechte te laat heeft afgewezen
Eiseres diende op 12 juni 2024 een aanvraag in voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen wees deze aanvraag af omdat zij deze te laat vond, met als uiterste aanmelddatum 1 januari 2024. Eiseres stelde dat zij door medische en persoonlijke omstandigheden niet eerder kon aanmelden en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich in een bijzondere situatie bevond waardoor tijdige aanmelding niet mogelijk was. De Dienst Toeslagen had daarom moeten afwijken van de uiterste aanmelddatum en de aanvraag inhoudelijk moeten beoordelen. De rechtbank baseerde dit mede op verklaringen van de gemachtigde van de Dienst Toeslagen tijdens de zitting, die de situatie van eiseres als heftig bestempelde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en het eerdere afwijzingsbesluit van 22 augustus 2024 en gaf de Dienst Toeslagen zes weken om een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de Dienst Toeslagen en beveelt een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag compensatie.