Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Justitie en Veiligheid, de minister
Samenvatting
.De minister mocht de meldplicht, het gebiedsverbod en de enkelband opleggen en de beroepsgronden leiden niet tot een (gedeeltelijke) vernietiging. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Wettelijk kader en de totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
Er bestaat geen grond voor het oordeel dat artikel 2, eerste lid, gelezen in samenhang met het tweede lid, aanhef en onder b, van de Twbmt, niet een wet in deze zin[toevoeging rechtbank: van het EVRM of het Handvest]
is. Deze bepaling is, gelet op het noodzakelijkerwijs open karakter[…],
voor een burger voldoende precies geformuleerd om, al dan niet na inwinning van juridisch advies, in voldoende mate de gevolgen van een bepaalde gedraging te voorzien en hem bescherming te bieden tegen willekeurige inmenging door de overheid. Tegen een krachtens de bepaling genomen besluit staat voorts ingevolge artikel 5, eerste lid, Twbmt bestuursrechtelijke rechtsbescherming open, waarbij de rechter in het algemeen het beroep versneld zal behandelen.” [7]
fair trial) heeft gekregen en niet is beschermd door de waarborgen die bij een criminal charge horen, moet het bestreden besluit worden vernietigd. Ter onderbouwing van dit standpunt wijst eiser erop dat de enkelband vrijheidsbeperkend is en vooral wordt toegepast in een strafrechtelijk kader. In dit geval sluit het ook direct aan op de gevangenisstraf van eiser en spelen de eerdere strafrechtelijke veroordelingen een grote rol bij het opleggen van deze maatregel.