ECLI:NL:RVS:2022:313
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vierde verlenging gebiedsverbod wegens onvoldoende onderbouwing
De minister van Justitie en Veiligheid legde appellant sinds 15 augustus 2017 een gebiedsverbod op voor de wijken Schilderswijk en Transvaal in Den Haag, gebaseerd op artikel 2 van Pro de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt). Dit verbod werd meerdere malen verlengd, waarbij de rechtbank de eerste verlenging in stand hield en ook de tweede, derde en vierde verlenging beoordeelde. Appellant stelde zich hiertegen op, met name over de geheimhouding van stukken en de feitelijke onderbouwing van de verlengingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de minister voor de tweede en derde verlenging voldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om het verbod te rechtvaardigen, waaronder de rol van appellant binnen de salafistische beweging, zijn contacten met radicale personen, en de kwetsbaarheid van de wijken voor radicalisering. De vierde verlenging werd echter vernietigd omdat de minister onvoldoende actuele en concrete feiten had aangevoerd die het voortzetten van het verbod rechtvaardigden.
Verder oordeelde de Afdeling dat de geheimhouding van bepaalde bestuurlijke rapportages gerechtvaardigd was vanwege het belang van de nationale veiligheid en dat appellant ondanks beperkte inzage voldoende in staat was zich te verweren. De Afdeling verwierp ook de betogen van appellant over schending van grondrechten en rechtszekerheid. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De vierde verlenging van het gebiedsverbod wordt vernietigd, de tweede en derde verlenging worden bevestigd.