Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 september 2024 in de zaak tussen
[eiseres 3], eiseressen,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een beroep van eiseressen tegen het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering aan een ex-werknemer toe te kennen vanaf 1 oktober 2021, nadat het UWV eerder de uitkering had geweigerd wegens vermeende benadelingshandeling. De ex-werknemer was ziek sinds 8 juli 2020 en zijn arbeidsovereenkomst werd per 1 oktober 2021 ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.
Eiseressen stelden dat het UWV ten onrechte concludeerde dat geen benadelingshandeling was gepleegd en dat de ex-werknemer verwijtbaar had gehandeld. De rechtbank beoordeelde of de gedragingen van de ex-werknemer, waaronder het hoesten op het werk tijdens de coronapandemie en het niet direct naar huis gaan na waarschuwingen, een benadelingshandeling vormden in de zin van artikel 45 ZW Pro.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de arbeidsverhouding was verstoord door het gedrag van de ex-werknemer, niet kon worden vastgesteld dat het voorzienbare gevolg van dit gedrag de beëindiging van het dienstverband was. Tevens was er geen sprake van het niet voeren van verweer tegen de beëindiging. Daarom was geen benadelingshandeling aanwezig en bleef het beroep van eiseressen ongegrond.
De rechtbank wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af en informeerde partijen over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseressen wordt ongegrond verklaard omdat geen benadelingshandeling is vastgesteld.