ECLI:NL:RBROT:2024:6488
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens zelfredzaamheid ondanks huisvestingsprobleem
Eiseres werd op 14 februari 2024 met haar twee minderjarige kinderen uit haar woning gezet vanwege huurachterstand en vroeg op 15 februari 2024 toegang tot maatschappelijke opvang aan. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af, stellende dat eiseres zich met gebruikelijke voorzieningen en haar sociale netwerk kan handhaven.
Eiseres maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening, welke werd afgewezen. Zij stelde dat haar situatie verslechterd was door het wegvallen van haar bijstandsuitkering en verslechterende gezondheid, en dat zij en haar kinderen dakloos zijn zonder netwerk. De voorzieningenrechter oordeelde dat er een belangrijke wijziging van feiten was en behandelde de zaak inhoudelijk.
De voorzieningenrechter toetste het besluit aan de Wmo 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2018. Ondanks de ernstige problematiek concludeerde de rechter dat de Wmo niet bedoeld is om woningnood op te lossen. Eiseres kon zich zelfstandig handhaven en had tijdelijk onderdak bij kennissen gevonden. Het ontbreken van inkomen en vaste woonplaats was het gevolg van het niet geven van openheid van zaken, niet van gebrek aan zelfredzaamheid.
De voorzieningenrechter wees het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak benadrukt dat de maatschappelijke opvang niet bedoeld is voor het oplossen van huisvestingsproblemen, en dat de rechter binnen de wettelijke kaders toetst.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; het besluit tot afwijzing van maatschappelijke opvang blijft in stand.