ECLI:NL:CRVB:2024:1361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening opvang Wmo 2015 wegens zelfredzaamheid en huisvestingsprobleem
Appellant vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een maatwerkvoorziening voor opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college wees de aanvraag af omdat uit een screening bleek dat het voornaamste probleem van appellant huisvesting is en hij verder zelfredzaam is. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant geen problemen heeft die hem verhinderen zich te handhaven in de samenleving.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat het college het zelfredzaamheidscriterium te strikt toepaste en dat artikel 8 EVRM Pro hem recht geeft op opvang. De Raad oordeelde dat appellant het oordeel van de rechtbank over zijn zelfredzaamheid niet heeft aangevochten en bevestigde dat het ontbreken van een vaste woning op zichzelf geen recht op opvang geeft.
De Raad overwoog verder dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 31 van Pro het Europees Sociaal Handvest niet leidt tot een andere uitkomst, omdat de Wmo 2015 niet bedoeld is voor het oplossen van woningnood. Hoewel de Raad de ernst van de situatie erkent, ligt het primair bij de overheid om de woningnood aan te pakken. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening opvang op grond van de Wmo 2015 wordt bevestigd omdat appellant zelfredzaam is en het probleem huisvesting betreft.