ECLI:NL:RBROT:2023:7309

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 augustus 2023
Publicatiedatum
17 augustus 2023
Zaaknummer
ROT 22/3577
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 39i Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring bestuursrechter wegens niet aannemelijke aanvraag en ingebrekestelling

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het College van procureurs-generaal wegens niet tijdig beslissen op een aanvraag op grond van artikel 39i van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De voorzieningenrechter wees een verzoek om een voorlopige voorziening af wegens gebrek aan spoedeisendheid.

Het College verklaarde geen aanvraag of ingebrekestelling te hebben ontvangen. De rechtbank gaf eiser de gelegenheid bewijs te leveren van de indiening, maar de ingediende stukken toonden dit niet aan. Volgens vaste rechtspraak ligt het risico van niet-bereiken van niet-aangetekende post bij de afzender.

Omdat niet aannemelijk is dat een aanvraag is ingediend, kan het bestuursorgaan niet in gebreke zijn gesteld en is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep wegens het ontbreken van een aannemelijk gemaakte aanvraag en ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/3577

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2023 in de zaak tussen

[Naam] , uit [Plaats] , eiser

(gemachtigde: J.G. Hofstra),
en

Het College van procureurs-generaal (het College)

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser van 1 augustus 2022 wegens niet tijdig beslissen door het College op een aanvraag van eiser op grond van artikel 39i van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
2. Eiser heeft tegelijk de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 11 augustus 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:7309) heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen bij gebrek aan spoedeisendheid.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
4. Het College heeft de rechtbank bij brief van 11 augustus 2022 bericht dat het geen aanvraag of ingebrekestelling heeft ontvangen. De griffier heeft eiser bij brief van 27 september 2022 in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken bewijs aan te leveren dat hij een aanvraag heeft ingediend en het College in gebreke heeft gesteld wegens uitblijven van een beslissing daarop. Eiser heeft op 28 september 2022 stukken ingediend, maar daaruit blijkt niet dat een aanvraag of een ingebrekestelling is ingediend.
5. Volgens vaste rechtspraak ligt het risico dat een niet aangetekend verzonden brief de geadresseerde niet bereikt bij de afzender (zie bijv. ECLI:NL:RVS:2017:3320 en ECLI:NL:CRVB:2018:2254). Dat brengt in een geval als dit, waar het bestuursorgaan stelt de stukken niet te hebben ontvangen, met zich dat het op de weg van eiser ligt de verzending hiervan aannemelijk te maken. Eiser heeft niet aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt dat hij de aanvraag en de ingebrekestelling ter post heeft bezorgd.
6. Nu niet aannemelijk is dat een aanvraag is ingediend, kan het bestuursorgaan niet in gebreke zijn niet tijdig te beslissen en is de bestuursrechter niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep wegens niet tijdig beslissen (zie bijv. ECLI:NL:CRVB:2017:283 en ECLI:NL:CRVB:2020:2007).
7. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren kennis te nemen van het beroep.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2023.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.