ECLI:NL:RBROT:2023:4504
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit
Eiser, met Soedanese nationaliteit en sinds 1998 in Nederland verblijvend, verzocht in 2019 om naturalisatie. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat de identiteit en nationaliteit van eiser niet konden worden vastgesteld. Dit was mede gebaseerd op een rapport van het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT), dat concludeerde dat eiser niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap van Zuid-Soedan, maar eerder tot Nigeria.
Eiser voerde aan dat het TOELT-rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat hij in bewijsnood verkeert vanwege het gewapend conflict in Soedan, waardoor het verkrijgen van documenten onmogelijk is. De rechtbank oordeelde dat het rapport een deskundigenadvies is waarop de staatssecretaris mag vertrouwen, mits het zorgvuldig tot stand is gekomen. Concrete aanwijzingen voor onzorgvuldigheid ontbraken.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij alles heeft gedaan om bewijsstukken te verkrijgen, en dat het enkel zonder resultaat aanschrijven van autoriteiten niet volstaat om bewijsnood aan te nemen. Ook het ontbreken van een hoorzitting in bezwaar was rechtmatig, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een ander oordeel konden rechtvaardigen.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.