Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar voertuig op een betaald parkeerterrein stond zonder betaling. Zij stelde dat zij bezig was met het lossen van zware dozen, wat een uitzondering vormt op parkeren. Verweerder leverde foto’s aan waaruit geen laad- of losactiviteit bleek. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er daadwerkelijk werd geladen of gelost, mede omdat de foto’s geen dozen of open portieren toonden en de getuigenverklaring niet strookte met het tijdstip van de foto.
De rechtbank bevestigde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Eiseres had het bezwaar te laat ingediend en de redelijke termijn voor berechting was overschreden, waardoor zij een immateriële schadevergoeding van € 1.000,- werd toegekend, verdeeld tussen verweerder en de Staat. Tevens werd verweerder en de Staat gezamenlijk veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,-, verdeeld in gelijke delen.
Het griffierecht werd niet vergoed omdat het beroep ongegrond was en het verzoek om immateriële schadevergoeding geen griffierecht verschuldigd maakte. De uitspraak werd gedaan door rechter A.P. Hameete op 3 maart 2023.