ECLI:NL:RBROT:2023:11892

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
15 december 2023
Zaaknummer
ROT 23/6915
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht en weigering griffierechtvrijstelling

Eiser verzocht het zorgkantoor om openbaarmaking van informatie over een zorgverlener die ALS-patiënten afwees. Het zorgkantoor wees dit verzoek bij besluit af, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.

Eiser vroeg ontheffing van het griffierecht vanwege betalingsonmacht, maar de griffier wees dit af vanwege het veelvuldig procederen van eiser, wat de rechtbank als misbruik van recht beschouwt. De rechtbank bevestigde dat zij zonder eiser te horen kan oordelen over misbruik van recht, mede gelet op recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak.

De rechtbank concludeerde dat eiser wederom misbruik van recht maakt en geen belang heeft bij de gevraagde informatie. Door het niet voldoen van het griffierecht is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en het niet voldoen van het griffierecht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/6915
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en
VGZ Zorgkantoor B.V.(het zorgkantoor), verweerster.

Inleiding

1. Op 7 maart 2023 heeft het zorgkantoor het verzoek van eiser om openbaarmaking van alle informatie over een door hem genoemde zorgverlener die een zorgovereenkomst heeft afgesloten met een aantal budgethouders die ALS-patiënt zijn afgewezen.
2. Bij besluit van 11 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft het zorgkantoor het bezwaar van eiser tegen het besluit van 7 maart 2023 ongegrond verklaard.
3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Beoordeling

4. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb.
5. Eiser heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht en daarom verzocht te worden ontheven van de verplichting om het verschuldigde griffierecht te voldoen. De griffier heeft bij brief van 19 oktober 2023 het beroep op betalingsonmacht afgewezen. De reden hiervoor is dat de rechtbank gelet op de grote hoeveelheid procedures en het procedeergedrag van eiser ervan uitgaat dat eiser misbruik maakt van recht. De griffier heeft eiser er daarbij op gewezen dat het niet of niet op tijd betalen van het griffierecht tot gevolg kan hebben dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
6. Eiser heeft de rechtbank op 22 oktober 2023 bericht dat de rechtbank gelet op rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) zijn beroepen niet kan afdoen op grond van misbruik van recht zonder hem eerst te horen. Verder heeft eiser gesteld dat hij voldoet aan de criteria voor vrijstelling van het griffierecht. Eiser heeft het griffierecht niet voldaan.
7. De rechtbank is van oordeel dat eiser misbruik maakt van recht en dat hij daarom geen aanspraak kan maken op ontheffing van de verplichting griffierecht te voldoen. Door geen griffierecht te voldoen is hij in verzuim als bedoeld in artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking.
8. Het door een rechtzoekende, wiens beroep op betalingsonmacht eenmaal door de bestuursrechter is gehonoreerd, veelvuldig – al dan niet tegelijkertijd of nagenoeg tegelijkertijd – starten van procedures waarin telkens een beroep op betalingsonmacht wordt gedaan, kan de bestuursrechter onder omstandigheden tot de slotsom leiden dat sprake is van misbruik van recht (ECLI:NL:RVS:2016:2730 en ECLI:NL:CRVB:2016:3978). Indien de rechter eenmaal heeft geoordeeld dat een rechtzoekende misbruik maakt van recht kan in volgende procedures van die rechtzoekende worden aangenomen dat wederom sprake is van misbruik, tenzij er aanknopingspunten zijn voor het tegendeel (ECLI:NL:RVS:2015:3830 en ECLI:NL:CRVB:2022:880).
9. De rechtbank heeft eiser inmiddels veelvuldig tegengeworpen dat in beginsel wordt uitgegaan van misbruik van recht en hij om die reden geen ontheffing van griffierecht krijgt (bijv. ECLI:NL:RBROT:2019:4060).
10. Anders dan eiser stelt kan de bestuursrechter zonder eiser te horen tot het oordeel komen dat wederom sprake is van misbruik van recht. Eerdere rechtspraak van de Afdeling waarop eiser zich beroept – en die overigens betrekking heeft op de fase van verzet – heeft geen betekenis meer nu de Afdeling inmiddels de Centrale Raad van Beroep heeft gevolgd dat in geval van misbruik van recht het niet horen van eiser niet leidt tot doorbreking van het appelverbod. Beide hogerberoepsrechters hebben in dit verband geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat eiser misbruik van recht maakte (ECLI:NL:RVS:2023:4063 en ECLI:NL:CRVB:2022:105).
11. Er zijn geen aanknopingspunten dat eiser in dit geval geen misbruik maakt van recht. Zo valt niet in te zien welk rechtens te honoreren belang eiser heeft bij het verstrekken van de door hem gevraagde informatie.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 19 december 2023.
De griffier en de rechter zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.