Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
handelend als lasthebber van mw. [persoon A] ,
1..De procedure
- de dagvaarding van 5 november 2021 met producties 1 tot en met 32;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7;
- de oproepingsbrieven van de rechtbank van 25 februari 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brieven van de rechtbank van 2 juni 2022 met een zittingsagenda;
- de akte tevens vermeerdering van eis met productie 34 van [eiser] ;
- de akte houdende overlegging productie (aanvullende kostenopgave) met productie 8 van KPN;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 juli 2022, waarbij door [eiser] notities en door KPN een pleitnota is overgelegd;
- de brief van [eiser] van 25 juli 2022 met opmerkingen over het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
2..De feiten
Agreement of
will continue representing Fine Star Trading Ltd. in this matter”.
to act as plaintiffs in the proceedings to collect their share and our share”.
Agreement of abandonment” hem onbekend was, dat hij zijn rechten op 29 augustus 1989 heeft overgedragen aan [persoon D] en dat hij op 29 augustus 1994 de machtiging aan
statement”, waarin [persoon A] de op 25 juli 1994 aan haar gecedeerde rechten overdraagt aan Fine Star.
van de zijde van[persoon A] tijdig een daad van rechtsvervolging is verricht om een verjaring te stuiten. Niet is gesteld of gebleken dat de gestelde vorderingen van [persoon A] op KPN in de periode van 25 juli 1994 tot aan de beweerdelijke cessie aan Fine Star op 14 november 2017 is gestuit.
Daarnaast leest [eiser] bij herhaling rechterlijke uitspraken niet juist. Wanneer de rechter slechts een standpunt van een partij weergeeft, betekent dit niet dat dit het standpunt van de rechter zelf is laat staan dat dit door de rechter als vaststaand is aangemerkt.
bindende krachttoe aan
onherroepelijkebeslissingen die tussen
dezelfde partijenin een ander geding zijn genomen. In essentie strekt het leerstuk van gezag van gewijsde ertoe een einde te maken aan geschillen die in wezen dezelfde rechtsbetrekking betreffen. Bij pluraliteit van partijen moet uit de eerdere rechterlijke uitspraak blijken jegens welke partij de beslissing is genomen. Negatieve beslissingen (zoals een niet-ontvankelijkheid) kunnen niet in een andere procedure met een a-contrario-redenering worden omgezet in een positieve beslissing over de ontvankelijkheid van een andere partij. [eiser] miskent telkens voormelde uitgangspunten wanneer hij zich beroept op de bindende kracht van beslissingen in andere procedures. (…)”
c) KPN heeft in de andere procedures waarbij [eiser] en/of Fine Star betrokken waren/was, uiteindelijk steeds gelijk gekregen. Dit betekent dat over de weren van KPN die in die procedures niet besproken of verworpen zijn, geen beslissingen zijn genomen die in de zin van artikel 236 Rv Pro tussen partijen gelden. De rechter (in eerste aanleg en/of in hoger beroep) heeft deze immers niet (verder) hoeven te bespreken, zodat hierover niet is beslist in voormelde zin.
d) De door [eiser] gestelde aansprakelijkheid, schadehoogte en de geldigheid van cessies zijn in eerdere procedures tussen partijen niet met gezag van gewijsde vastgesteld. (…)
Ook deze stelling faalt. Los van het feit dat de grondslag van de procedures verschillend is, miskent [eiser] hiermee dat ‘de 2e procedure’ pas bij dagvaarding van 22 april 2016 aanhangig is gemaakt. Dit is later dan de vereiste zes maanden. Bovendien is de eis in deze ‘de 2e procedure’ afgewezen bij vonnis van 12 april 2017. Hiertegen is geen hoger beroep ingesteld. Aan de tweede cumulatieve eis van art 3:316 lid 2 BW Pro is evenmin voldaan.
due to faulty delivery and because we can in no way enforce the claim rights anymore”. Verder schrijft Fine Star dat zij de cessie van [persoon A] aan Fine Star van 14 november 2017 ontbindt, de vorderingsrechten op KPN aan [persoon A] teruglevert en [persoon A] aansprakelijk houdt voor de door haar geleden schade.
3..Het geschil
4..De beoordeling
Lastgeving [persoon A] aan [eiser]
7.998,00(2,0 punten × tarief € 3.999,00)