De rechtbank Rotterdam behandelde een klaagschrift en een vordering tot onttrekking aan het verkeer van een Audi met een professioneel aangebrachte verborgen ruimte. De auto was in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek, maar er was geen bewijs dat de verborgen ruimte daadwerkelijk was gebruikt voor strafbare feiten. De eigenaar, die de auto had uitgeleend, was niet op de hoogte van de verborgen ruimte en deze was leeg bij inbeslagneming.
De officier van justitie stelde dat auto's met verborgen ruimtes doorgaans voor criminele doeleinden worden gebruikt en dat onttrekking aan het verkeer passend is, ook zonder concreet strafbaar feit. De rechtbank oordeelde echter dat voor onttrekking een relatie met een strafbaar feit vereist is, welke in deze zaak ontbrak. De vordering tot onttrekking werd daarom afgewezen.
De rechtbank erkende dat het onwenselijk is dat de auto in de huidige staat met verborgen ruimte terugkeert in het verkeer. Daarom werd het beklag voorwaardelijk gegrond verklaard en werd een voorwaardelijke last opgelegd: de auto mag pas worden teruggegeven nadat de verborgen ruimte op kosten van de eigenaar en naar tevredenheid van het openbaar ministerie is verwijderd. De praktische uitvoering hiervan vereist overleg tussen het openbaar ministerie en de eigenaar.
De beschikking werd uitgesproken door rechter K.A. Baggerman op 14 september 2021.