Eiseres kreeg een boete van €6.000 opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overtreding van de Wet dieren, specifiek het veroorzaken van vangletsel bij kuikens. Het boetebesluit was gebaseerd op een rapport van een NVWA-toezichthouder die letsel constateerde bij kuikens afkomstig van eiseres. Eiseres betwistte de bevoegdheid van de toezichthouder en de juistheid van het rapport, en stelde dat het letsel niet tijdens het vangen maar mogelijk tijdens transport of op het slachthuis was ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat de toezichthouder bevoegd en bekwaam was en dat het rapport voldoende onderbouwd was. De waarnemingen en de methodiek van de letseltelling voldeden aan de geldende werkinstructies. Ook de betwisting van eiseres over de tijdstippen en de kleur van de bloedingen werden door de rechtbank niet gevolgd, mede gelet op eerdere jurisprudentie van het CBb.
De rechtbank stelde vast dat het letsel niet tijdens transport of op het slachthuis was ontstaan, maar tijdens het vangen van de kuikens, waarvoor eiseres verantwoordelijk is. De boete werd verhoogd wegens recidive, wat volgens de rechtbank gerechtvaardigd en evenredig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete van €6.000 bleef in stand.