Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2020 in de zaak tussen
Koninklijke KPN N.V. en KPN B.V., te ‘s-Gravenhage, eiseressen,
de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster,
Procesverloop
mrs. Crespo van de Kooij en Van der Vijver, bijgestaan door [Naam] ,
Overwegingen
Een van de diensten van KPN is de dienst PTCS. Onderdeel daarvan is dat een aanbieder gespreksverkeer dat is bestemd voor KPN’s mobiele en vaste netwerk en voor andere netwerken, aanlevert op de IP-interconnectie op het vaste netwerk van KPN, wat KPN het gemengd aanleveren van gespreksverkeer noemt.
IP-poort, betekent niet dat de afwikkeling van verkeer vanaf de interconnectielocatie naar het mobiele netwerk van KPN geen gereguleerde gespreksafgifte is. Eventuele kosten die KPN maakt om gespreksverkeer dat niet bestemd is voor haar mobiele netwerk af te scheiden, kan zij niet aan de afgiftedienst toerekenen voor zover dat leidt tot overschrijding van het tariefplafond. Overigens is niet in geschil dat gespreksdoorgifte van een telecomaanbieder naar een andere telecomaanbieder, waarbij de dienst PTCS fungeert als dienst voor gespreksdoorgifte, niet valt onder het tariefplafond.