ECLI:NL:CBB:2011:BQ0538
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E. Dijt
- M.A. van der Ham
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van aanwijzing AFM voor aanbieden beleggingsobjecten zonder vergunning
In deze bestuursrechtelijke procedure stond centraal de vraag of Investerra zonder vergunning beleggingsobjecten aanbood door landbouwgrond te verkopen met een rendement in het vooruitzicht en het beheer daarvan uit te voeren. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) gaf een aanwijzing aan Investerra om het aanbieden en beheren van deze beleggingsobjecten te staken. De rechtbank Rotterdam vernietigde het deel van de aanwijzing dat betrekking had op het staken van beheeractiviteiten, omdat dit volgens haar in strijd was met artikel 1:75, derde lid, Wft, dat een aanwijzing niet mag strekken tot aantasting van overeenkomsten.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat Investerra inderdaad beleggingsobjecten aanbood zonder vergunning en dat het beheer van de grond, waaronder het selecteren van pachters en het incasseren van pachtvergoedingen, onder het begrip beheer van de zaak valt. Het College verwierp de argumenten van Investerra dat er geen rendement in het vooruitzicht werd gesteld en dat het beheer niet hoofdzakelijk door een ander dan de verkrijger werd uitgevoerd. Tevens stelde het College dat het tweede onderdeel van de aanwijzing, gericht op het staken van beheeractiviteiten, niet in strijd is met artikel 1:75, derde lid, Wft, omdat deze aanwijzing ziet op het beëindigen van een voortdurende overtreding en niet op het met terugwerkende kracht aantasten van gesloten overeenkomsten.
Het hoger beroep van Investerra werd ongegrond verklaard en het hoger beroep van AFM gegrond, waardoor de vernietiging door de rechtbank van het tweede onderdeel van de aanwijzing werd teruggedraaid. Het College bepaalde tevens een termijn van 30 werkdagen waarbinnen Investerra aan de aanwijzing moet voldoen. De uitspraak bevestigt het belang van handhaving van vergunningplicht en rechtszekerheid in financiële markten.
Uitkomst: Het hoger beroep van Investerra wordt ongegrond verklaard en het beroep van AFM gegrond, waarbij de aanwijzing van AFM wordt bevestigd inclusief het staken van beheeractiviteiten.