Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 februari 2019 in de zaak tussen
[eiseres]
de directeur van de Gemeentebelastingen Drechtsteden, verweerder,
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 83,33;
- veroordeelt de Staat (de Minister voor Rechtsbescherming) tot vergoeding van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 416,67;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres de helft van het door haar betaalde griffierecht van € 334, dus € 167,- vergoedt;
- bepaalt dat de Staat (de Minister voor Rechtsbescherming) aan eiseres de helft van het door haar betaalde griffierecht van € 334, dus € 167,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 320,-;
- veroordeelt de Staat (de Minister voor Rechtsbescherming) in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 320,-.