ECLI:NL:RBROT:2018:1002
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling resultaatgericht indiceren maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning Wmo 2015
Eiser, een kankerpatiënt met een echtgenote met hartproblemen, vroeg om een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. Verweerder kende een maatwerkvoorziening toe op basis van resultaatgebieden zonder vermelding van uren, waarbij een ondersteuningsplan onderdeel uitmaakt van het indicatiebesluit.
Eiser stelde dat het ontbreken van een tijdsindicatie in strijd is met de Wmo 2015 en dat de indicatie onduidelijk en onvoldoende concreet is. Tevens betoogde hij dat de zorgaanbieder een dubbelrol vervult en dat verweerder de rechten en plichten niet zelf vaststelt. Verweerder verwees naar beleidsvrijheid en de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die resultaatgericht indiceren toestaan.
De rechtbank oordeelde dat de wijze van indiceren zorgvuldig en concreet is, mede door het ondersteuningsplan dat de activiteiten, frequentie en aard van de zorg beschrijft. De rechtbank verwierp het beroep van eiser en stelde dat verweerder voldoende zeggenschap houdt en dat de maatwerkvoorziening een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid van eiser. Ook de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het resultaatgericht indiceren binnen de beleidsvrijheid van het college valt, mits maatwerk wordt geleverd en de rechten en plichten duidelijk zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het resultaatgericht indiceren wordt als voldoende concreet en zorgvuldig beoordeeld.