Uitspraak
18.1730 WMO15
OVERWEGINGEN
BESLISSING
verstrekt;
van in totaal € 172,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, geboren in 1941 en door ernstige medische klachten niet in staat huishoudelijke taken te verrichten, vroeg een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden aan op grond van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk verstrekte een voorziening gericht op resultaatgebieden, waarbij de feitelijke omvang van de hulp werd bepaald door de zorgaanbieder en niet vooraf werd vastgesteld in uren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond, stellende dat de wijze van indiceren voldoende zorgvuldig was en dat controles en een klachtenprocedure de rechtszekerheid waarborgden. In hoger beroep stelden appellanten dat het resultaatgerichte systeem onvoldoende rechtszekerheid bood en dat betrokkene recht had op vier uur hulp per week volgens het CIZ-protocol.
De Raad oordeelde dat het resultaatgerichte systeem de rechtszekerheid onvoldoende waarborgt omdat betrokkene niet weet hoeveel uren hulp hij ontvangt. Controle achteraf biedt geen voldoende zekerheid vooraf. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en het eerdere besluit van 31 januari 2017, en bepaalde dat betrokkene recht heeft op vier uur huishoudelijke ondersteuning per week van 31 mei 2016 tot 17 mei 2018.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en het betaalde griffierecht. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en biedt daarmee duidelijkheid over de omvang van de maatwerkvoorziening.
Uitkomst: Het besluit over de maatwerkvoorziening wordt vernietigd en betrokkene krijgt recht op vier uur huishoudelijke ondersteuning per week.