Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met producties, ter griffie ontvangen op 10 februari 2017;
- de brief d.d. 12 maart 2017, met producties, van de gemachtigde van [verzoekster];
- het verweerschrift, met producties;
- de brief d.d. 20 maart 2017, met producties, van de gemachtigde van [verzoekster].
2.De vaststaande feiten
hoeen
waarhet slachtoffer te water is geraakt. Ook is niet duidelijk geworden
ofhij ten tijde van het ongeval met werkzaamheden bezig was en zo ja,
met welkewerkzaamheden het slachtoffer bezig was. Het vermoeden bestaat dat hij bezig was met het losmaken van de lijnen aan stuurboordzijde bij de boeg. Echter, niemand heeft het ongeval zien gebeuren en er waren ook geen stille getuigen, zoals bijvoorbeeld camerabeelden. Aangezien tijdens het onderzoek de directe oorzaak van de ongewilde gebeurtenis niet is achterhaald en het schip voldoet aan de gestelde eisen, ook op het gebied van veiligheid, is er geen causaal verband vast te stellen tussen een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwetgeving en de oorzaak van het ongeval. Diverse scenario’s zijn mogelijk: hij kan zijn gestruikeld, hij kan zijn uitgegleden, zijn evenwicht hebben verloren maar ook de mogelijkheid dat hij vrijwillig te water is geraakt of onwel is geraakt kan niet uitgesloten worden.