ECLI:NL:RBROT:2016:4796
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor herhaalde overtreding rookverbod in horeca-inrichting
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport legde aan een horecabedrijf een boete van €1.200,- op wegens het niet instellen, aanduiden en handhaven van het rookverbod in de horeca-inrichting, vastgesteld op basis van een inspectie door de NVWA op 27 november 2014. Tijdens deze inspectie werd tabaksrook waargenomen en de geur van cannabis geroken, waarbij ook gasten joints rookten en filtersigaretten zonder tabak werden aangetroffen.
Het bedrijf stelde dat de controleurs de geur van tabak niet konden onderscheiden van die van cannabis en dat de controleurs de joints hadden moeten in beslag nemen voor nader onderzoek. Ook voerde het bedrijf aan dat een latere controle geen overtreding had vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het bewijs op het proces-verbaal van de NVWA mocht worden gebaseerd en dat de controleurs getraind zijn om de geuren te onderscheiden. De stellingen van het bedrijf waren onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat de overtreding vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd wegens recidive binnen twee jaar. Er waren geen feiten of omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van het rookverbod wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.200,- bevestigd.