ECLI:NL:RBROT:2016:117
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt last onder dwangsom voor niet verstrekken van gevraagde inlichtingen aan DNB
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen een last onder dwangsom opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB) wegens het niet verstrekken van gevraagde inlichtingen conform artikel 5:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). DNB vermoedde overtreding van de Wet op het financieel toezicht (Wft) door eiseres en eiste inzage in diverse documenten en gegevens. Eiseres weigerde aanvankelijk medewerking met een beroep op het zwijgrecht en stelde dat bepaalde gevraagde informatie wilsafhankelijk materiaal betrof.
De rechtbank oordeelt dat eiseres verplicht was de gevraagde inlichtingen te verstrekken en dat het beroep op het zwijgrecht niet opgaat omdat het hier gaat om een bestuursrechtelijke last onder dwangsom en niet om een strafrechtelijke procedure. De gevorderde dienstroosters en registratie van arbeids- en rusttijden worden aangemerkt als wilsonafhankelijk materiaal, dat op grond van de Arbeidstijdenwet moet worden bijgehouden en verstrekt.
Verder stelt de rechtbank vast dat het ontbreken van een restrictie in het dwangsombesluit over het gebruik van wilsafhankelijk materiaal voor sanctiedoeleinden niet leidt tot vernietiging, omdat een dergelijke restrictie uit het EVRM voortvloeit en door de strafrechter wordt getoetst. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het dwangsombesluit en invorderingsbesluit worden gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het dwangsombesluit en invorderingsbesluit van DNB wordt ongegrond verklaard.