ECLI:NL:PHR:2006:AV1141
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van door verdachte zelf verzamelde milieugegevens als bewijs in strafzaak niet strijdig met nemo tenetur-beginsel
In deze zaak is verdachte, een onderneming die messingband produceert, veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van voorschriften uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO) door overschrijdingen van de toegestane concentraties koper en zink in het afvalwater. Het bewijs was mede gebaseerd op gegevens uit de bedrijfsafvalwaterrapportage (BAWR), die door verdachte zelf was verzameld en aan Rijkswaterstaat was verstrekt in het kader van vergunningvoorschriften.
Verdachte voerde meerdere verweren aan, waaronder dat de meetresultaten van Rijkswaterstaat niet betrouwbaar waren omdat niet voldaan was aan de Aanwijzing bemonstering en analyse milieudelicten, en dat de BAWR-gegevens niet als bewijs mochten worden gebruikt vanwege het nemo tenetur-beginsel (recht om niet tegen zichzelf te getuigen). De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de meetresultaten van Rijkswaterstaat uitsloot wegens gebrek aan inzicht in de monsterneming, maar dat het gebruik van de BAWR-gegevens wel toelaatbaar was.
De Hoge Raad benadrukte dat in het Nederlandse recht geen absoluut recht bestaat om niet mee te werken aan het verkrijgen van bewijsmateriaal, en dat het nemo tenetur-beginsel zich primair richt op het afleggen van verklaringen. De verplichting om gegevens te verstrekken op grond van vergunningvoorschriften, ook al kunnen die gegevens belastend zijn, is niet in strijd met art. 6 EVRM Pro. Bovendien zijn de BAWR-gegevens niet onbetrouwbaar verklaard en was het hof niet verplicht om het gebruik daarvan nader te motiveren.
De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van de relevante jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Nederlandse Hoge Raad over het nemo tenetur-beginsel, waarbij wordt vastgesteld dat het gebruik van administratieve gegevens die onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaan, ook indien onder dwang verkregen, in beginsel toelaatbaar is. De zaak benadrukt het belang van effectieve handhaving van milieuregels en de balans tussen het recht op een eerlijk proces en het belang van toezicht en handhaving.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en oordeelt dat het gebruik van door verdachte zelf verzamelde milieugegevens als bewijs toelaatbaar is.