Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Muzeyyen [gedaagde2],
[gedaagde3],
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties;
- de akte overlegging nadere producties en wijziging eis;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties;
- het tussenvonnis van 23 juli 2014;
- de zittingsagenda d.d. 4 augustus 2014;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;
- de samenvatting van het standpunt van eisers ten behoeve van comparitie van partijen d.d. 2 september 2014;
- het proces-verbaal van comparitie van 2 september 2014;
- de akte overleggen ‘nader bewijs’ zijdens DSW en SH, met producties 31 t/m 38;
- de brief d.d. 27 oktober 2014 zijdens DSW en SH, met producties 39 t/m 43;
- de brief d.d. 4 november 2014 zijdens DSW en SH, met productie 44;
- de akte tevens houdende verzoek toepassing artikel 29 lid 1 sub Pro 2 Rv zijdens HKZ, met producties 1 t/m 8;
- de brief d.d. 4 november 2014 zijdens HKZ waarbij de producties 5 en 6 opnieuw worden ingediend;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 11 november 2014;
- de brief van mr. Van Tilborg van 25 november 2014 waarin DSW en SH om vonnis vragen en in welke brief zij tevens de rechtbank verzoeken om hoger beroep tegen het tussenvonnis toe te staan;
- de brief van mr Van Aardenne van 27 november 2014 waarin ook HKZ om vonnis vraagt, en in welke brief zij tevens bezwaar maakt tegen het verzoek om hoger beroep tegen het tussenvonnis toe te staan.
2.De feiten
3.De vorderingen
in conventie
4.De beoordeling
de standpunten van partijen
- ten aanzien van een groot aantal DBC’s bevatten de betreffende medische dossiers geen enkele informatie; in de medische dossiers was geen verwijsbrief aanwezig en ook geen ‘statusinformatie’ (informatie omtrent de gestelde diagnose en de verrichte behandelingen);
- voor zover de medische dossiers wel informatie bevatten, bleek daaruit dat de in het medische dossier beschreven behandeling niet overeenstemde met de aandoening/klacht/diagnose waarop de gedeclareerde DBC betrekking had, dan wel dat de behandeling wel overeenstemde met de aandoening/klacht/diagnose waarop de betreffende DBC zag, maar betrof het niet-verzekerde zorg of ontbrak een verwijsbrief en/of had geen behandeling plaatsgevonden maar had HKZ wel gedeclareerd.
- de uitleg van de bepalingen over fraude en terugbetalingsverplichtingen in de overeenkomsten;
- de vraag of het enkele uitvoeren van een behandeling zonder verwijsbrief “fraude” in de zin van de overeenkomsten oplevert;
- de vraag of (een gedeelte van) de vorderingen van DSW en SH verjaard zijn.
5.De beslissing
18 februari 2015voor uitlating door partijen, onder meer als bedoeld in overwegingen 4.29 en 4.37, om te beginnen door DSW en SH;