Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2014 in de zaken tussen
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- vier bestuurlijke boetes van elk € 1.050,- wegens overtreding op 12 mei 2011, op 5 juli 2011, op 7 oktober 2011 en op 13 december 2011 van artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, in verbinding met artikel 4.2, in verbinding met bijlage II, hoofdstuk I.1, van de verordening (EG) 852/2004, omdat de bedrijfsruimten voor levensmiddelen niet schoon waren en op 13 december 2011 niet goed werden onderhouden;
- twee bestuurlijke boetes van elk € 1.050,- wegens overtreding op 12 mei 2011 en op 5 juli 2011 van artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, in verbinding met artikel 4.2, in verbinding met bijlage II, hoofdstuk IX.4 eerste volzin, van de verordening (EG) 852/2004, omdat er geen adequate maatregelen werden getroffen om schadelijke organismen te bestrijden;
- twee bestuurlijke boetes van elk € 525,- wegens overtreding op 12 mei 2011 en op 5 juli 2011 van artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, in verbinding met artikel 5, eerste lid, van de verordening (EG) 852/2004, omdat de exploitant van een levensmiddelenbedrijf geen zorg droeg voor de invoering en/of uitvoering en/of handhaving van één of meer permanente procedures, gebaseerd op de HACCP-beginselen;
- twee bestuurlijke boetes van elk € 525,- wegens overtreding op 5 juli 2011 en op 7 oktober 2011 van artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit Hygiëne van levensmiddelen, in verbinding met artikel 4.2, in verbinding met bijlage II, hoofdstuk I.3, van de verordening (EG) 852/2004, omdat in de bedrijfsruimte voor levensmiddelen toiletruimten rechtstreeks uitkomen in ruimten waar voedsel wordt gehanteerd;
- een bestuurlijke boete van € 525,- wegens overtreding op 7 oktober 2011 van artikel 2, eerste lid, in verbinding met artikel 15, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, omdat de temperatuur van de niet-voorverpakte eet- of drinkwaar, welke gekoeld moet worden bewaard teneinde microbiologisch bederf of de uitgroei van pathogene micro-organismen tegen te gaan, tijdens de bewaring en/of het in voorraad hebben hoger was dan 7C.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond,
- vernietigt de besluiten 1 en 2 voor wat betreft de boetehoogte,
- herroept de vier primaire besluiten van 2 december 2011 en 23 maart 2012 voor wat betreft de boetehoogte en stelt het totale boetebedrag vast op € 4.462,50,
- bepaalt dat verweerder aan eiseressen het betaalde griffierecht van (in totaal) € 466,- vergoedt,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.217,50, te betalen aan eiseressen.