ECLI:NL:CBB:2009:BL4453
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens verhandeling ongeschikte levensmiddelen en overtreding voedselveiligheidsvoorschriften
Appellant werd bij inspectie op 21 oktober 2005 betrapt op het verhandelen van levensmiddelen die ongeschikt waren voor menselijke consumptie, waaronder beschimmelde smeerkaas en verlopen kazen, en het niet naleven van voedselveiligheidsprocedures. De minister legde een boete op die deels werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nooit beschimmelde producten verkocht, de boete te hoog was en dat betaling het einde van zijn bedrijf zou betekenen. De minister verwees naar het proces-verbaal en foto's als bewijs van overtredingen. Het College oordeelde dat het verhandelen van ongeschikte levensmiddelen voldoende was vastgesteld en dat de boete proportioneel was.
Het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de minister bevoegd was de boete op te leggen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om de boete te matigen. De stelling van appellant dat betaling het einde van zijn bedrijf zou betekenen werd niet onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete wegens verhandeling van ongeschikte levensmiddelen en het niet naleven van voedselveiligheidsvoorschriften.