ECLI:NL:RBROT:2013:CA2987
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en onrechtmatige daad in faillissement
De curator in het faillissement van een onderneming die energiebesparende producten verkocht, vordert betaling van het faillissementstekort van drie gedaagden, te weten de statutair bestuurder, een feitelijk mede-beleidsbepaler en een derde die een doorstart maakte met een nieuwe onderneming.
De rechtbank stelt vast dat de statutair bestuurder en de feitelijk mede-beleidsbepaler hun verplichtingen tot het voeren van een behoorlijke administratie en het tijdig deponeren van jaarrekeningen hebben geschonden. Dit wordt aangemerkt als kennelijk onbehoorlijk bestuur, waarvan wordt vermoed dat het een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Beide bestuurders hebben dit vermoeden niet kunnen weerleggen en worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld.
De derde gedaagde wordt niet als mede-beleidsbepaler aangemerkt vanwege de korte periode van betrokkenheid en het ontbreken van voldoende stellingen. Wel wordt geoordeeld dat zij onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming een doorstart te maken met een nieuwe onderneming, gebruikmakend van personeel, klantenbestand en activa van de gefailleerde vennootschap. Zij wordt aansprakelijk gehouden voor de schade die hierdoor is ontstaan.
De rechtbank wijst de vorderingen van de curator toe, veroordeelt de eerste twee gedaagden tot betaling van het faillissementstekort en de derde tot schadevergoeding, elk met voorschotten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. Alle gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De statutair bestuurder en feitelijk mede-beleidsbepaler worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het faillissementstekort, en de derde partij voor onrechtmatige daad met schadevergoeding.