ECLI:NL:RBROT:2012:BW9478
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake bevoegdheid AFM tot vorderen bankafschriften en informatie in Wft-onderzoek
In deze bestuursrechtelijke procedure verzocht de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan verzoeker om het verstrekken van kopieën van dagafschriften van betaalrekeningen en nadere informatie over beleggingsactiviteiten onder de naam [C]. Verzoeker betwistte de bevoegdheid van AFM en stelde onder meer dat de vordering onrechtmatig was en dat anonieme tips niet in onbewerkte vorm waren overgelegd.
De voorzieningenrechter overwoog dat AFM op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd is om zakelijke gegevens, waaronder dagafschriften van betaalrekeningen, te vorderen. De vordering is niet onredelijk of disproportioneel, mede gelet op de vermoedelijke overtreding van artikel 2:96 Wft Pro door verzoeker. Tevens is vastgesteld dat er geen sprake is van een strafvervolging in de zin van artikel 6 EVRM Pro, zodat het procesrechtelijke verweer van verzoeker faalt.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, behalve dat de begunstigingstermijn voor het voldoen aan de last werd geschorst voor drie werkdagen na verzending van het vonnis. Hiermee werd verzoeker de gelegenheid geboden alsnog aan de last te voldoen en verbeuring van de dwangsom te voorkomen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, behalve dat de begunstigingstermijn wordt geschorst voor drie werkdagen.