ECLI:NL:RBROT:2012:BW0945
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering depositogarantiestelsel wegens ontbreken rechtspersoonlijkheid deposito
Eiser en zijn echtgenote dienden een aanvraag in bij De Nederlandsche Bank (DNB) voor een uitkering uit het depositogarantiestelsel na het faillissement van DSB Bank. Zij hadden twee spaardeposito's geopend ten name van een beheervennootschap waarvan zij beiden uiteindelijk belanghebbenden waren. DNB kende het maximumbedrag van € 100.000 toe aan de beheervennootschap en wees de aanvraag van eiser af.
De rechtbank oordeelde dat uit de deposito-overeenkomsten niet bleek dat de beheervennootschap op eigen naam deposito’s bij DSB aanhield. De vermelding van eiser en zijn vrouw als uiteindelijk belanghebbenden in de overeenkomst maakte dit niet anders. DNB had bovendien onbestreden gesteld dat belangrijke documenten zoals de akte tot inbreng en de jaarrekening van de beheervennootschap niet in de administratie van DSB aanwezig waren, noch was gesteld dat deze tijdig aan DSB waren overgelegd.
Eiser voerde aan dat hij op grond van zijn aandeel in de beheervennootschap aanspraak maakte op een deel van de uitkering, maar de rechtbank verwierp dit omdat de wettelijke voorwaarden voor vergoeding niet waren vervuld. Daarnaast bood het depositogarantiestelsel geen dekking voor vorderingen uit onrechtmatige daad, zoals onjuiste voorlichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag uit het depositogarantiestelsel wordt ongegrond verklaard.