ECLI:NL:RBROT:2011:BT2021
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit DNB over uitkering depositogarantiestelsel bij DSB Bank
Abimeko heeft beroep ingesteld tegen het besluit van De Nederlandsche Bank (DNB) waarbij een uitkering van €100.000,- werd toegekend aan [A], die namens Abimeko twee rekeningen bij DSB Bank beheerde. Abimeko stelde dat een deel van de gelden toebehoorde aan haar als derde en dat de uitkering onjuist was vastgesteld.
De rechtbank heeft beoordeeld of op grond van artikel 20 lid 2 en Pro artikel 25 lid 1 van Pro het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft (Bbpm) tijdig de identiteit van de derde kon worden vastgesteld. Dit vereist dat de betalingsonmachtige bank vóór haar betalingsonmacht beschikte over stukken waaruit het bestaan van de vorderingen van de derde blijkt.
Uit de overgelegde stukken bleek dat DSB Bank niet beschikte over documenten waaruit volgt dat de rekeningen op naam van [A] waren geopend voor Abimeko als derde. De door Abimeko overgelegde overeenkomsten en notulen boden onvoldoende bewijs dat er een contractuele relatie bestond die een derde-recht gaf op de rekeningen. De rechtbank concludeerde daarom dat Abimeko niet als rechthebbende in de zin van artikel 19 onderdeel Pro c van het Bbpm kan worden aangemerkt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter D. Haan op 8 september 2011.
Uitkomst: Het beroep van Abimeko wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van een derdenvordering.