ECLI:NL:RBROT:2011:BU9651
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging borgstelling wegens ontbreken toestemming echtgenote en niet-toereikend zakelijk belang
De zaak betreft een geschil over de borgstelling die [persoon 1] in privé is aangegaan ten behoeve van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] bij Rabobank. Rabobank vordert betaling van € 80.000,-- plus rente van de erven van [persoon 1], alsmede verrekening van ontvangen bedragen. De erven betwisten de vordering en beroepen zich op vernietiging van de borgstelling wegens het ontbreken van toestemming van de echtgenote [persoon 2], zoals vereist op grond van artikel 1:88 BW Pro.
De rechtbank overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar voor vernietiging niet is verstreken omdat [persoon 2] pas in 2010 kennis kreeg van de borgstelling. De borgstelling betreft een omzetting van een rekening-courantkrediet waarbij geen extra liquide middelen aan [bedrijf 1] zijn verstrekt, en de borgstelling geen rechtshandeling is die binnen de normale bedrijfsuitoefening valt. Daarom was toestemming van de echtgenote vereist en ontbreekt deze, waardoor de borgstelling vernietigbaar is.
De rechtbank wijst de vorderingen van Rabobank af en veroordeelt Rabobank in de proceskosten. Tevens wordt de vordering tot verrekening van ontvangen bedragen afgewezen omdat Rabobank geen vordering op de erven heeft die kan worden verrekend. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van misbruik van procesrecht door Rabobank.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Rabobank af en vernietigt de borgstelling wegens het ontbreken van toestemming van de echtgenote.