ECLI:NL:RBROT:2011:BU1355
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. van Nifterick
- J. Bergen
- J.L.S.M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Toepassing ne bis in idem-beginsel bij bestuurlijke boetes wegens vakbekwaamheid en advisering financiële dienstverlening
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan [A] een bestuurlijke boete op wegens het onvoldoende borgen van vakbekwaamheid van medewerkers van [B], een aangesloten onderneming. Dit betrof een periode van juni 2008 tot juni 2009. Eerder had AFM al een boete opgelegd aan [A] wegens onzorgvuldige advisering door [B] in de periode januari tot mei 2009, waarbij onvoldoende informatie werd ingewonnen en gebruikt voor adviesverlening.
[A] stelde beroep in tegen de boete voor het niet borgen van vakbekwaamheid en voerde onder meer aan dat AFM onterecht een open norm direct met een boete handhaafde en dat zij mocht vertrouwen op de kwalificatie van medewerkers. De rechtbank onderzocht ambtshalve of het ne bis in idem-beginsel van toepassing was, dat wil zeggen dat iemand niet twee keer gestraft mag worden voor hetzelfde feit.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen die tot beide boetes leidden feitelijk hetzelfde feitencomplex betroffen, ondanks verschillende wettelijke kwalificaties (artikel 4:9 lid 2 en Pro artikel 4:23 lid 1 Wft Pro). De beschermingsdoelen van beide bepalingen zijn vergelijkbaar en de overtredingen vielen onder dezelfde boetecategorie. Daarom stond het ne bis in idem-beginsel aan het opleggen van een tweede boete in de weg.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde zij AFM tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [A].
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestuurlijke boete wegens schending van artikel 4:9 lid 2 Wft en herroept het primaire besluit op grond van het ne bis in idem-beginsel.