ECLI:NL:RBROT:2007:BA9472
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing afwijzing vergunningaanvraag financiële dienstverlener wegens betrouwbaarheidstoetsing
Verzoekers, een financiële dienstverlener en haar bestuurder, dienden een vergunningaanvraag in onder het overgangsregime van de Wet financiële dienstverlening (Wfd). De AFM wees de aanvraag af omdat de betrouwbaarheid van de beleidsbepaler niet buiten twijfel stond vanwege een onherroepelijke veroordeling voor valsheid in geschrifte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het negatieve oordeel van de AFM op artikel 15 van Pro het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) is gebaseerd, dat een nadere belangenafweging uitsluit bij bepaalde ernstige misdrijven. Verzoekers voerden aan dat dit besluit onzorgvuldig was voorbereid, strijdig met rechtszekerheid en disproportioneel was, mede gelet op het tijdsverloop sinds de feiten.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers een spoedeisend belang hadden omdat het voortbestaan van het bedrijf op het spel stond. De voorzieningenrechter vond dat artikel 15 BGfo Pro een voldoende wettelijke basis heeft en dat de betrouwbaarheidstoetsing niet willekeurig is. Gezien het grote belang van verzoekers en de geringe kans op recidive werd het bestreden besluit geschorst, zodat de bedrijfsactiviteiten voorlopig konden worden voortgezet.
De rechtbank veroordeelde de AFM tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De schorsing geldt totdat in de hoofdzaak een definitieve beslissing is genomen of het besluit onherroepelijk wordt.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de vergunningaanvraag wordt geschorst en de doorhaling in het register wordt tenietgedaan.