ECLI:NL:RBROT:2008:BC2674
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- E.F.C. Francken
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige voorziening inzake betrouwbaarheidstoetsing financiële dienstverlener na strafrechtelijke veroordeling
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige voorziening tegen het besluit van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om de vergunningaanvraag van een financiële dienstverlener af te wijzen op grond van onvoldoende betrouwbaarheid als beleidsbepaler. De afwijzing was gebaseerd op een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling wegens valsheid in geschrifte en het onjuist invullen van het betrouwbaarheidstoetsingsformulier.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de AFM bij het waarborgen van betrouwbaarheid in de financiële sector zwaarder weegt dan het individuele belang van de aanvrager die zijn bedrijf mogelijk moet staken. Hoewel de veroordeling niet direct verband hield met de financiële sector, vormde deze samen met het onjuist ingevulde formulier een zwaarwegend antecedent.
De rechter concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar stand zal houden en dat de eerder verleende voorlopige voorziening, die het besluit schorste, moet worden opgeheven. Er werd geen overgangstermijn gelast, omdat het overgangsrecht toestaat het bedrijf af te bouwen. De voorzieningenrechter wees ook de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt opgeheven en het verzoek tot schorsing van het AFM-besluit wordt afgewezen.